Waarom klimaattoppen zo vaak eindigen op een sisser

Over de hele
wereld komen jongeren samen in protest tegen het gebrek aan daadkracht van de
wereldleiders om klimaatverandering aan te pakken. Zij bekritiseren terecht de
inertie van het huidig beleid. “Too little, too late”. Sinds 1995 werden er 24
klimaattoppen georganiseerd en het resultaat kunnen we niet anders bestempelen
dan ontgoochelend. De laatste top in Katowice eindigde op een zwaktebod: we
zouden niet langer streven naar een opwarming van ‘slechts’ 1,5 graden boven de
pre-industriële wereldtemperatuur, maar naar een opwarming van 2 graden.

Boosaardig of onwetend?

In haar
veelbesproken toespraak voor de Verenigde Naties in New York wijst Greta
Thunberg – die de jeugdbeweging op gang trok – met een beschuldigende vinger
naar de wereldleiders. Zijn de huidige politici en diplomaten die een zitje op
die klimaattoppen bezetten dan boosaardig, vraagt Thunberg zich luidop af.
‘Nee’, luidt haar antwoord, dat weigert ze te geloven. Daarom gaat ze er maar
van uit dat de ze de klimaatproblematiek niet hebben begrepen.

Het gaat hier
volgens mij om een valse dichotomie. Die wereldleiders zijn noch boosaardig
noch onwetend. We hebben het tenslotte over een groep mensen die doorgaans een
goede opleiding hebben genoten én uitgebreid geïnformeerd worden door
klimaatexperten. Aan een gebrek aan kennis en begrip ligt het dus wellicht
niet. Maar wat verklaart dan de inertie van het huidig beleid? Deze vraag beantwoorden
is van cruciaal belang om tot een beter beleid te komen.

Twee problemen met internationale onderhandelingen

Het probleem,
denk ik, ligt niet zozeer bij wie dat
beleid uitstippelt (en wat zij al dan niet begrepen hebben), maar bij hoe dat klimaatbeleid tot stand komt.
Dat  beleid is namelijk het resultaat van
onderhandeling tussen afgevaardigden van naties. Zo’n ‘inter-nationale’
onderhandeling brengt twee belangrijke problemen met zich mee. Ten eerste zorgt
het ervoor dat het groepsbelang voorrang krijgt op het wereldwijd belang.
Staatshoofden en andere afgevaardigden zijn in de eerste plaats bezorgd om de
natie die hen afvaardigt. Op zich is dat nog niet zo problematisch. Al deze
naties hebben er immers alle belang bij klimaatverandering aan banden te leggen
(alleen al om de massale migratiegolven te vermijden die klimaatverandering
teweeg kan brengen).

Het gif zit hem
echter in het tweede probleem. Het huidige systeem waarbij verkozen
afgevaardigden van groepen het beleid bepalen, zorgt er vaak voor dat het kortetermijnbelang
(van die groepen) primeert op het langetermijnbelang. Zij zijn immers begaan
met de volgende verkiezingen en willen koste wat het kost in de gratie blijven
van de groep die hen afvaardigt. Vandaag CO2 taksen opleggen of fors gaan
investeren in de ontwikkeling van nieuwe technologieën (waarvan de vruchten
slechts over enkel decennia geplukt zullen worden) is doorgaans niet de manier
waarop zij dat proberen te verwezenlijken.

Een beleid dat
geënt is op het groepsbelang op korte termijn heeft echter rampzalige gevolgen
voor een gemene goed zoals het klimaat. Het veroorzaakt wat Garitt Hardin een
‘tragedy of the commons’ noemt – ‘een tragedie van het gemene goed’. Wanneer
alle actoren hun onmiddellijk eigenbelang nastreven dan vernietigen ze op
termijn het gemene goed waar ze allen van afhankelijk zijn. Hoe kunnen we zo’n
tragedie vermijden?  Door ervoor te
zorgen dat internationale onderhandeling in het groepsbelang plaatsmaakt voor
wereldwijde samenwerking in het globale belang. Zolang we het beleid laten
bepalen door staatshoofden en diplomaten wordt dat moeilijk.

Deliberatieve democratie

Wie neemt dan hun
plaats in? Het misschien wat verrassende antwoord daarop is: de wereldburgers
zelf. We kunnen uiteraard niet de hele wereldbevolking samenbrengen om het
beleid uit te stippelen maar we kunnen wel een representatieve steekproef ervan
samenbrengen. Zoiets heet deliberatieve (in plaats van representatieve)
democratie. Concreet houdt het in dat een representatieve steekproef (naar
geslacht, leeftijd, etnische afkomst, socio-economische status en culturele
achtergrond) van de wereldbevolking samenkomt om het beleid uit te stippelen. Nadat
ze goed worden geïnformeerd over de problematiek en over mogelijke oplossingen,
overleggen ze met elkaar in groepen en wordt toegewerkt naar een (hoge graad
van) consensus rond de voorstellen die de voorkeur van de meerderheid
wegdragen.

Een naïeve droom,
denkt u misschien. Sociale experimenten met deliberatieve democratie tonen
echter dat er vaak constructieve oplossingen uit de bus komen voor complexe
maatschappelijke problemen en dat zo’n overlegmodel mensen met heel
uiteenlopende achtergronden op dezelfde golflengte kan krijgen. Meer zelfs,
zo’n initiatief vond reeds plaats en de resultaten waren bijzonder hoopgevend.

Op zaterdag 6 juni 2015 kwamen tienduizend burgers uit 76 verschillende landen in 97 overleggroepen in alle uithoeken van de planeet samen om over de klimaatproblematiek te delibereren. Het project heette “World Wide Views on Climate and Energy” en vond plaats enkele maanden voor de VN-klimaattop in Parijs. Het werd het meest grootschalige burgeroverleg ooit. Nadat de deelnemers werden geïnformeerd via educatieve filmpjes, overlegden ze met elkaar hoe ze de klimaatproblematiek het best konden aanpakken. De maatregels die door de overleggroepen werden voorgesteld gingen doorgaans een stuk verder dan de richtlijnen die enkele maanden later door de VN-top werden voorgesteld én de graad van consensus die daarbij werd bereikt was aanzienlijk hoger dan die onder de politici en diplomaten in Parijs.

De tweede vervreemding

In mijn boek “De tweede vervreemding: Het tijdperk van de wereldwijde samenwerking”, waarin ik een lans breek voor het belang van wereldwijde samenwerking, werk ik een voorstel uit om zo’n globale burgerraad binnen de Verenigde Naties te integreren. Want in het globale tijdperk waarin we zijn terechtgekomen staat één iets vast: de grote maatschappelijke uitdagingen waar we vandaag voor staan kunnen we enkel het hoofd bieden wanneer we wereldwijd samenwerken. Dat geldt niet enkel voor klimaatverandering, maar ook voor armoede, overbevolking, massamigratie en conflict. De tijd is gekomen om lessen te trekken uit het verleden en werk te maken van een volwaardig en duurzaam wereldwijd samenwerkingsverband. Een samenwerkingsverband waarin de wereldburgers zelf het echt voor het zeggen hebben!